Kerkgebouw en binnentuintje
Het Doopsgezinde kerkcomplex aan
Frankestraat/Peuzelaarsteeg/Grote Houtstraat
Inleiding
Het Doopsgezinde kerkcomplex in het centrum van Haarlem bevindt zich tussen Grote Houtstraat, Peuzelaarsteeg en Frankestraat. De kerk zelf staat midden in het complex, de huizen er omheen zijn in de loop der eeuwen in bezit gekomen van de Doopsgezinde gemeente. Veel woonhuizen in de Frankestraat en Peuzelaarsteeg zijn afgebroken om plaats te maken voor bijvoorbeeld catechisatiekamers, een gemeentezaal en kantoorruimte. In het begin van de vorige eeuw zijn de steegjes langs de kerk en het binnenpleintje naast de kerk overdekt. Sindsdien kan men alleen via de daklichten een blik werpen op de buitenmuur van de kerk.
De kerk van de Vereenigde Doopsgezinde gemeente Haarlem is gebouwd in 1683 in Hollands classicistische stijl. Het is een schuilkerk die niet vanaf de straat te zien mocht zijn. De kerk heeft in elke hoek een ingang. Oorspronkelijk waren deze kerkingangen slechts via twee smalle steegjes in de Peuzelaarsteeg te bereiken. In 1717 werd een poort gebouwd in de Frankestraat. Naarmate de 18e eeuw vorderde kregen de Doopsgezinden in Haarlem steeds meer aanzien en in 1757 vond een aantal welgestelde leden dat het tijd was voor een deftiger toegang. Zij bekostigden de bouw van een grote en voor Doperse begrippen opvallende poort in de Grote Houtstraat (nr. 43). Tegenwoordig is deze toegang in gebruik als expositieruimte "de Gang".



De inrichting van de kerk zelf is altijd eenvoudig en sober gebleven. Wie de architect is geweest is niet met zekerheid te zeggen. In het archief bevinden zich ontwerptekeningen uit 1682 die grote overeenkomsten vertonen met de architectuur van de kerk. De tekeningen worden toegeschreven aan de schilder Jan de Bray. De preekstoel dateert van 1891. De oorspronkelijke stoel bevond zich hoger en was bereikbaar met een draaitrap. Predikant Jeronimo de Vries had echter hoogtevrees en op zijn verzoek is de stoel vervangen door de huidige. De banken waren bestemd voor de mannelijke leden, de vrouwen zaten op de stoelen in het midden. In de banken aan weerszijden van de preekstoel zitten de kerkenraadsleden en oud-predikanten; op de twee galerijen zaten vroeger de kinderen van het Doopsgezinde weeshuis en armenhuis. In de twee "wachthokjes" op de galerij zaten de binnenvaders van de huizen. Het huidige orgel is gebouwd door de orgelbouwers Ahrend en Brunzema en in 1968 geplaatst. Het werd in januari 1969 ingewijd met een orgelconcert door organist Wim Dalm. Meer over het orgel en de eerdere orgels staat op twee andere sites: muziek en orgel. De elektrische kroonluchter is ontworpen door architect A.W. Weismann in 1912. Boven de galerijen hangen kleinere versies van de kroonluchter. In hetzelfde jaar werden de glas-in-loodramen met leliemotief geplaatst.
De afgelopen jaren ontstond er behoefte aan een inrichtingsplan dat meer 'gemeenschap' tot uitdrukking zou brengen. In opdracht van de Doopsgezinde Gemeente ontwierp Cees Dam een centrale tafel en bijbehorend stoelenplan, waarmee het accent is verlegd naar het hart van de ruimte.
De tafel, uitgevoerd in olijfhout en olijfessen, is een waar staaltje van vakmanschap. Zo kan hij als een harmonica worden ingeklapt en opgeborgen in een verrijdbare kist. Aan de basis van het ontwerp ligt een schets die Cees Dam in het vliegtuig maakte, hoog boven de wolken. In deze schets zie je een basisvorm ontstaan van grote en kleine cirkels met elk zijn ingeschreven vierkant, samen een wolk vormend. Een prachtige vondst zo bleek, want in de Bijbel is de wolk een heel krachtig symbool. Een eveneens door Cees Dam ontworpen, kleurrijk avondmaalstel dat ambachtelijk is geblazen bij Leerdam, zal tijdens de avondmaalvieringen de nieuwe tafel sieren.

De bibliotheek bevindt zich in een van de oude catechisatiekamers, gebouwd in 1843. In 1992 is de kamer in gebruik genomen als bibliotheek, juist omdat zich achter een van de deuren de kluiskamer bevindt, waar het grootste gedeelte van het archief wordt bewaard. Deze stalen kluiskamer dateert van 1892 en is voorzien van een klimaatinstallatie om de temperatuur en vochtigheid constant te houden.
De bibliotheek bevat o.a. een kleine verzameling 17e en 18e eeuwse Martelaarsspiegels, waarin de vervolgingen van Doopsgezinden vanaf de vroege 16e eeuw staan beschreven.
Boven de boekenkasten hangt een portret van ds. J.A. Oosterbaan, geschilderd door Kees Verwey. Oosterbaan was predikant van de VDGH in de jaren 1951-1954. Op de andere boekenkasten zijn naamborden geplaatst met de namen van de regenten en regentessen van het Doopsgezinde armenhuis, dat gevestigd was op het Groot Heiligland.
In 2004 werd een extra archiefruimte boven de bibliotheek in gebruik genomen.
In 1902 vond een grote verbouwing plaats. In de Frankestraat werd een aantal woonhuizen afgebroken. Ook de eigen bakkerij, die zich tussen Frankestraat en het kerkgebouw bevond, werd gesloopt om ruimte te maken voor een nieuwe ingangspartij, een kantoor voor de koster, een nieuwe kerkenraadskamer (de Heerenkamer), een vergaderkamer voor het College van Diaconessen (de Dameskamer), een brede gang en een binnentuin.
Als architect werd prof. ir. J.A.G. van der Steur aangetrokken. Hij had de vrije hand en nam in zijn ontwerp elementen op van de Amsterdamse school en Jugendstil. De bouw werd uitgevoerd door de firma Martens en Zoon. Van der Steur liet het geheel aankleden door bekende bedrijven in de kunstnijverheidsindustrie van die tijd: de glas-in-loodramen zijn van ´t Prinsenhof in Delft, de lampen werden vervaardigd door het kunstnijverheidsatelier Amstelhoek en de meubels en naamborden (met ingelegd houtwerk) zijn gemaakt door timmerbedrijf Nederkoorn. Begin jaren ´90 is in de Heerenkamer het behang en de fries met pauwen gerestaureerd, het originele vloerkleed is zorgvuldig gereinigd en het schilderwerk boven de schoorsteenboog is bijgewerkt.
In deze kamer vergaderen de administrateurs-executeur van het fonds van wijlen dr. Jacobus van Zanten. Jacobus van Zanten stierf in 1750 en was een vooraanstaand lid van de Doopsgezinde gemeente. Hij liet bij zijn dood een groot vermogen na aan deze gemeente, met als voorwaarde dat het kapitaal door een aantal administrateurs beheerd zou worden in een fonds. Jaarlijks werd er uit het fonds graan en turf aangekocht voor de minvermogende leden van de Doopsgezinde gemeente. Van het graan werd in de eigen bakkerij brood gebakken. Nog altijd bestaat het fonds, maar tegenwoordig wordt de oorspronkelijke doelstelling ruimer geïnterpreteerd waarbij ook projecten buiten de Doopsgezinde gemeente worden gefinancierd.
De kamer heeft een beschermd interieur. Het was oorspronkelijk een catechisatiekamer maar werd in 1892 toegewezen als vergaderkamer van het fonds Van Zanten. Rond 1900 werd de kamer in de huidige stijl ingericht. In 1990 heeft een restauratie plaatsgevonden.
In het gebouw bevindt zich ook de kamer van het Predikfonds. Doorgaans is die afgesloten, maar wel betrokken bij de rondleidingen "Van huis uit Doopsgezind". In die kamer resideerde ooit Pieter Teyler van der Hulst. Vanuit het Predikfonds worden de erediensten betaald.
Het tuintje tussen de Heeren- en de Dameskamer wordt onderhouden door een enthousiaste groep gemeenteleden. Op dit moment worden er steeds meer planten in gezet met een bijbelse achtergrond. Zo is er onder meer een olijfboom te zien. Een zonnebloem houdt verband met Franciscus van Assisi. Ook bloeien er (in november!) de mennistenzusjes, genoemd naar de eenvoudige kleding van Mennisten, maar een ramp om te schilderen. Vandaar dat de mennistenzusjes ook bekend zijn als schildersverdriet,


In het complex worden theatrale rondleidingen gehouden. Deze zijn in ieder geval op de eerste zondag van de maand om 12.30 en 13.45 uur. Verder kunnen er op verzoek extra rondleidingen worden georganiseerd. Zie verder "Van huis uit Doopsgezind"
Geschiedenis
De Kleine Vermaning is als N.P.B. kerk in 1926 gebouwd en in 1996 aangekocht door de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente Haarlem. Na een flinke inwendige verbouwing o.a. van de kosterswoning is de kerk in 1997 weer in gebruik genomen.
Gebouw
Het gebouw is een zaalkerk en werd in 1926 gebouwd door de architect H. Tuininga. Het pand bestaat uit een enkele bouwlaag onder een hoog zadeldak waarvan de noklijn haaks op de Postlaan is gericht met in de nok een kleine klokkenstoel. De zijgevels van de kerk worden geleed door uitgemetselde steunberen waardoor vier traveeën ontstaan. De travee nabij de Postlaan heeft in tegenstelling tot de overige traveeën geen verticale vensters, maar een deur en wordt door een lage topgevel afgesloten. De deur is een dubbele voordeur die aan de bovenzijde driehoekig is afgewerkt. De gevels zijn opgetrokken uit geelrode baksteen met gesintelde exemplaren en worden onderbroken door verticale vensterreeksen met deels figuratief glas-in-lood, voorstellende de vier evangelisten. Het geheel wordt overkapt door een samengesteld zadeldak en is met rode Hollandse pannen bedekt. De bouwstijl van de kerk is Amsterdamse School.
De kerk is een Provinciaal Monument. Het orgel is apart beschreven op de muziekpagina

De eerste steen voor de Noorderkapel werd gelegd werd gelegd op 3 juli 1939. Het is een eenvoudig rechthoekig gebouw naar het ontwerp van J. Brand. De afdruk van de naam Noorderkapel is nog vaag te zien op de gevel. De eerste steen is gelegd door mevr. Bosser-Zwerus. Het pand behoorde toe aan een afsplitsing van de Evangelische gemeente Zuiderkapel, die zich Evangelische gemeente Noorderkapel ging noemen.
Vanaf 1940 huurden de VDGH en de NPB het gebouw om en om voor wekelijkse diensten. De Noorderkapel is in 1955 aangekocht door de VDGH, opgeknapt en met Pasen 1955 (10 april) officieel in gebruik genomen als Mennokapel.
De muurschildering achter de kansel is van Marijke Kots en dateert van 1968. Het orgel werd in 1978 aangekocht en op 19 januari 1979 in gebruik genomen. Zie verdere beschrijving op de Muziekpagina. De centrale verwarming is uit 1980 en de ringleiding uit 1982. In 1991 werd een keuken aangebouwd en in 1992 werd de tuin uitgebreid.
| Opmerkingen over deze pagina:
webmaster
| Versie 9 april 2008
|
naar homepage