De Doopsgezinde scholen

Onderwijs in het Doopsgezinde armenhuis

Vanaf 1694 werd er door de Doopsgezinden in Haarlem onderwijs gegeven aan kinderen. In eerste instantie gebeurde dit in een schoollokaal in het Doopsgezinde Armenhuis aan het Groot Heiligland. Omdat het aantal leerlingen in de loop der jaren flink groeide, werd in 1843 een pand naast het Armenhuis aangekocht om als school te dienen. Het aantal leerlingen schommelde rond de 150 en vanaf 1859 waren er drie onderwijzers; de klassen waren dus zeer groot en de onderwijzeres die de kleinste kinderen lesgaf moest vaak de hulp inroepen van een van de andere leerkrachten. Het was een openbare school maar een van de predikanten van de Doopsgezinde gemeente kwam wel iedere maandagochtend catechisatie geven.

De eerste Doopsgezinde school (Groot Heiligland)

Rond 1875 was duidelijk dat het gebouw de toeloop van nieuwe leerlingen niet aankon: er werd een perceel aangekocht naast het Armenhuis dat helemaal doorliep tot het Klein Heiligland. Hier bouwde aannemer Noë naar ontwerp van architect Kleyweg Dyserink een nieuw schoolgebouw dat in 1881 in gebruik genomen werd door 219 leerlingen, 6 onderwijzers en hoofdonderwijzer H.J. Overbeek. Het gebouw was praktisch ingedeeld met 6 klaslokalen en een gymzaal. Later werd ook de bovenste verdieping in gebruik genomen. Ook 's avonds werd onderwijs gegeven: de jongens kregen les in bouwtekenen, ambachtsrekenen en houtbewerking, de meisjes leerden vanaf 1891 naaien, koken, handwerken, voedingsleer en stenografie.

De tweede Doopsgezinde school (Ripperdastraat)

De 6e klas met meester Heydanus (1935) en Sloydlokaal

Door de enorme toeloop van leerlingen werd in 1892 besloten om nog een school te openen. Deze tweede Doopsgezinde school werd gebouwd aan de Ripperdastraat. Architect en aannemer waren wederom Kleyweg Dyserink en Noë. De school opende op 1 mei in 1893. Hoofdonderwijzer was W. Swart hield er een moderne manier van lesgeven op na. Zo maakten de kinderen veel uitstapjes naar bedrijven en werd er op de binnenplaats een tuin aangelegd. Er was een apart lokaal voor houtbewerking volgens het Sloydonderricht. Swarts revolutionaire onderwijsmethode trok veel aandacht van inspecteurs en pedagogen uit binnen- en buitenland.

De schoolcommissie

De twee Doopsgezinde scholen werden bestuurd door een schoolcommissie die verantwoording schuldig was aan de kerkenraad van de Doopsgezinde gemeente. De commissie bemoeide zich werkelijk met alles. De kinderen moesten zelfs een proeve van bekwaamheid afleggen voor deze commissie om op de school geplaatst te kunnen worden. Een van de commissieleden had de functie van schoolopziener. Hij hield bijvoorbeeld het schoolverzuim in de gaten.

Sluiting van de scholen

Na de Tweede Wereldoorlog bleek het voor de Doopsgezinde gemeente niet rendabel meer om eigen scholen te hebben; de eerste school sloot in 1951, waarna het gebouw verkocht werd aan uitgeverij Damiate die het sloopte om er een nieuw pand neer te zetten. De tweede school sloot in 1958. Het pand aan de Ripperdastraat werd nog een aantal jaren gebruikt als jeugdhuis Deining en later verkocht aan de gemeente Haarlem. Het pand is nog steeds in gebruik voor onderwijsdoeleinden. In de voormalige gymzaal is restaurant 'De Ripper' gevestigd.

terug naar archiefpagina

Opmerkingen over deze pagina: webmaster Versie 18 maart 2006