"Extraordinaire comparitie op zaterdag 7 julij des voormiddags voor twaalf uuren op de boete van zes stuivers.
Dewijl men bemerkt heeft dat Jacomijntje Otto die bij art. 3 der zitting van laastleeden woensdag als hier voor eenige tijd besteed zijnde door Regenten is onderhouden en tot een onbesprooken gedrag was aangemaand, zich zelf reeds bij haare komst in dit huis niet geheel vrij bevond van dieverij (eene hebbelijkheid die haar seederd verscheide jaren reeds ongelukkig gemaakt heeft) want dat zij zich had weeten meester te maken van zeeker zilver gespje dat toebehoorde aan het kind van die vrouw daar zij toen voor meid gedient had, een welk gespje zij, toen men haar desweegens aansprak, niet dan zeer schoorvoetende had overgegeeven, zoo heeft men, de schadelijke invloed van zoodanige gevallen voor dit huis overweegende en voor erger beducht, beslooten van het gebeurde te kamer van diakenen kennis te geeven, die goedgevonden hebben aan regenten hun daarop genoomen besluit te communiceeren om gemelde Jacomijntje weederom tot november aanstaande in het werkhuis deezer stad ter inwooning te bezorgen verzoekende dat regenten haar ten dien einde zoodra mogelijk gelieven uit dit huijs te ontslaan en derwaards te doen geleiden, welk besluit haar heeden ter kamer van regenten ontbooden zijnde word aangezegt en na haar tot een beeter gedrag zeer ernstig vermaand te hebben geeft men den Binnevader last haar de kleederen van dit huis te doen uittrekken en in haar vorige kleeding ten vier uuren in 't werkhuis te brengen. Allen Teegenwoordig
Praeses
Jacob Engelgeer"
(Bron: Archief VDGH, inventarisnummer 902, pagina 180)
" De inkoop van het huijs in de Groote Houtstraat geapproprieerd tot een ingang in onze doopsgezinde kerk, waarvan op de 17den April 1757 't eerste gebruijk is gemaakt, is aan deeze gemeente prezent gedaan door de navolgende perzoonen:
Mejuffrouw de weduwe van den Heere Abraham Barnaart,
Mejuffrouw de weduwe van den Heere Gerard Hugaart,
Mejuffrouw de weduwe van den Heere Willem Philip Kops,
De Heeren
Pieter Teijler van der Hulst,
Izaäk Verhamme; en
Willem van Vollenhoven
Vervolgens is goedgevonden boven gemelde juffrouwen door een deputatie van Dominus en Diäkon te bedanken waar toe gekommitteerd zijn Dominie Jan Fijnje en Pieter Verhamme. Zijnde dit door hen verrigt."
Het gaat hier natuurlijk over de ingang aan de Grote Houtstraat 45, tegenwoordig in gebruik als expositieruimte De Gang. Op dit moment wordt De Gang, samen met het winkelpand er naast (Grote Houtstraat 43), grondig verbouwd tot winkelruimte, annex expositieruimte, zodat straks nog meer mensen toegang tot de Doopsgezinde kerk zullen krijgen. De zes weldoeners van weleer kunnen tevreden zijn.
(Bron: Archief VDGH, inventarisnummer 1582, pagina 76)
Op den 2de october 1891 is door A. Bos verzocht om de noodige gelden te ontvangen om met zijn gezin naar Leeuwarden te kunnen verhuizen. Na ingesteld onderzoek van dit gezin bij dominee M. van Geuns te Leeuwarden is gebleken dat het beter ware aan die lieden niets te geven, en hen stil aan hun lot over te laten. Dienovereenkomstig is in de Diakenvergadering van 8 october 1891 besloten. A. de Haan.
In de zomer van 1895 meldde zich een zekere Broer Kerst Bottema bij diaken Leonard Springer. Deze Bottema beweerde familie te zijn van dominee Kielstra uit Middelburg. Hij vroeg reisgeld om van Haarlem naar Groningen te kunnen reizen. Springer gaf hem fl. 1,50, maar schreef voor de zekerheid dominee Kielstra om inlichtingen. De briefkaart met het antwoord uit Middelburg is bewaard gebleven:
Aan den Weledele heer Leonard A. Springer, tuinarchitect, Haarlem
Weledele Heer! Op uw schrijven van 11 juli kan ik u mededeelen dat een persoon van dien naam steeds reist. Hij moet altijd ergens heen en ontvangt dan geld. In de Zondagsbode is reeds meermalen gewaarschuwd tegen hem. Heet de man werkelijk zooals hij opgeeft dan deugt hij niet en heet hij niet zoo (er schijnt een compagnon op dien naam te reisen) dan deugt hij evenmin. Ik weet van deze niets, dan dat ik zoo geregeld eenige keeren per jaar uit verschillende oorden dergelijke vragen om inlichtingen ontvang. Nu eens wordt hij roodharig en pokdalig geteekend, dan donkerblond, dan zwart. Er was vroeger iemand van dien naam in onze familie die letterlijk tot niets deugde. Misschien is het die persoon misschien een ander. Maar treurig is het zeker, dat ik zoo schrijven moet.
Hoogachtend, A. Kielstra
Middelburg 13 juli 1895.
(Bron: Archief VDGH, inventarisnummer 800)
Brandspuit
1800 april 17. Besloten de spuit tweemaal 's jaars te probeeren op de dagen van den Liefdemaaltijd met Paschen en Augustus.
Ziekte
1803 maart 3. Ter voorkoming van misbruik zal de koster ingeval een zieke van een der hofjes zulks noodig heeft slechts 1 a 2 halve fl. wijn mogen afgeven; wanneer er meer wordt gevraagd, moet hij voor de afgifte aan de Vergadering kennis geven.
Alimentatie
1807 december 17. Besloten dat, buitengewone gevallen uitgezonderd, de hoofden des huisgezins zelve zullen moeten komen om hunne verzoeken in te brengen.
School
1810 july 26. Het kind eener zuster op de school geweigerd daar het buiten echt gewonnen en dus een voorwerp ten laste dezer stad is.
Bestedehuis
1816, maart 14. Besloten het armhuis in een Bestedehuis te hervormen.
Vaccine
1823, mei 22. Wordt besloten de bedeelden op verbeurte van alimentatie tot het vaccineren te verpligten; evenwel met deze bepaling dat omtrent de zoodanigen die uit wezentlijke zedelijke gemoedsbezwaren verklaren daarin zwarigheid te maken, door de vergadering een afzonderlijk besluit zal genomen worden.
![]() |
31 maart 1932
"Een teleurgestelde vreemdeling die op 2e paasdag den dienst in onze kerk had willen bijwonen, maar de kerk maar niet had kunnen vinden- en tenslotte te laat kwam, heeft hierover een brief aan onzen kerkenraad geschreven. Naar aanleiding hiervan wordt de Bouwcommissie ter overweging gegeven of het niet mogelijk zou zijn bij den ingang aan de Grote Houtstraat op een of andere bescheiden manier kenbaar te maken dat het de ingang is tot de Doopsgezinde kerk." Er werd direct werk van gemaakt en al in de volgende vergadering (28 april 1932) verslag gedaan: "Confrater De Reede deelt namens de Bouwcommissie mede dat aan de post van de groote kerkdeur aan de Groote Houtstraat een bordje bevestigd zal worden waarop de naam van onze Gemeente vermeld zal staan, om een aanwijzing te wezen voor zoekers naar ons kerkgebouw." Het begin was er: Illustratie: Ingang Grote Houtstraat, nog zonder bordjes, circa 1912 (Bron: Archief VDGH, inv.nr. 36, notulen kerkenraad 1925-1933, pp.244-247; fotocollectie Fonds van Zanten) |


(Bron: Fotocollectie VDGH, collectie glasplaten Doopsgezind Zangkoor, nrs. 10 en 11)
"In achting genomen zijnde, dat de tegenwoordige orde van zaken vordert, dat in de kerken der onderscheiden gezindheden in de openbare gebeden worde gebruik gemaakt van zeker formulier voor den souverein van dit land is daar toe gearresteerd het navolgende:
Wij bidden u voor zijne Majesteit den koning van Holland onzen souverein, voor haare majesteit de koningin en voor het verder koninklijk huis.
Wordende bij deze gelegenheid de leeraren van onderscheidene gezindheden zeer ernstig aangemaand zich in hunne gebeden en leerredenen zorgvuldig te onthouden van alle uitdrukkingen, die de regeering van dit land of den toestand van hetzelve in een min gunstig licht zoude kunnen doen beschouwen, en integendeel de gemeente tot een gepast gedrag op te wekken. [...]"
De wethouders voegden er aan toe: "Wij vertrouwen dat het onnoodig zijn zal, u van onzentwege op te wekken, om aan het bij laatst gemeentelijk decreet en besluit van zijne Majesteit den Koning van Holland met die volvaardigheid te voldoen, als het gewigt dier zake vordert. Ons daarop gerustelijk verlatende bevelen zij u in Gods bescherming. Haarlem den 20en junij 1806. Wethouders der stad Haarlem."
En in het notulenboek van de doopsgezinde gemeente lezen we het koningsgezinde besluit: "En heeft de kerkenraad besloten, de dienaren te verzoeken om bovengemelde aanschrijving na de predikaatsie aan de gemeente bekend te maken, en aan den inhoud derzelve te voldoen."
(Bron: Archief VDGH, inventarisnummer 19, notulenboek Kerkenraad VDGH, pp. 224-225)
Ingekomen is een brief van confrater P. Dyserinck, waarin hij zijne bevreemding uit dat de heer Swart met 17 à 18 kinderen van circa 13-jarigen leeftijd der hoogste klasse gedurende 3 dagen in den schooltijd naar Limburg is gereisd. Wordt besloten aan de schoolcommissie dezen brief toe te zenden met verzoek om opheldering.
De Kerkeraad der Vereenigde Doopsgezinde gemeente te Amsterdam verzoekt eene bepaalde verklaring om welke reden onze vergadering van 7 december 1905 heeft besloten de attestatie van J. van W. definitief te weigeren. Aan den Kerkeraad te Amsterdam zal geantwoord worden:
Het hoofdbestuur der Vereeniging tot verspreiding van 'Stichtelijke Blaadjes' deelt mede, dat een tweewekelijkse verspreiding van vrijzinnige preeken op grooten schaal zal worden ondernomen en vraagt of onze gemeente ook behoefte heeft aan deze preeken. Wordt voor kennisgeving aangenomen.
Het Comité tot popularisatie van het Wetsvoorstel betreffende het onderzoek naar het Vaderschap noodigt bij monde van den heer G. Velthuizen Sr. den Kerkeraad onzer gemeente uit zich persoonlijk of schriftelijk te doen vertegenwoordigen op de vergadering die 26 januari alhier zal gehouden worden in het belang dier popularisatie. Wordt voor kennisgeving aangenomen.
Aan Heeren Directeuren van het Fonds tot den Predikdienst wordt toegestaan de 'Spekplaats' te gebruiken voor materiaal met 't oog op verbouwing.
(Bron: Archief VDGH, inventarisnummer 33, notulenboek kerkenraad VDGH, pp. 91-97)
(Bron: Archief VDGH, inv.nr. 19, resolutieboek van de kerkenraad, 1801-1809, pp.317-320)
Sluiken is een deftig woord voor stelen of smokkelen. Kennelijk werd hiermee ook de zwaarte van het misdrijf gebagatelliseerd want al met Pasen 1860 werd Van Luyken gedoopt. Van Luyken was van katholieke afkomst. De initialen F.J. staan voor Franciscus Johannes. Hij diende in 1857 samen met zijn vrouw bij de kerkenraad het verzoek in om catechisatie te volgen en belijdenis te doen. Zou de 'nameloozen brief' vol beschuldigingen afkomstig zijn van een rasechte doopsgezinde die nog vol wrok was over de middeleeuwse vervolgingen van doopsgezinden door de katholieke inquisitie?
Volbot bediende zich van het pseudoniem Gerard van Vrijburgh en schreef onder de zinspreuk "Swijgen heeft sijn tijdt, spreken heeft sijn tijdt"
| Opmerkingen over deze pagina: webmaster | Versie 25 mei 2007 |