Orgelgeschiedenis Doopsgezind Haarlem

Bätz-Friedrichs Orgel

In de kerk (uit 1773 resp. 1865) - De restanten in Oostvoorne.

In 1770 werd voor de Doopsgezinde Kerk van Haarlem door de orgelmaker J.H.H. Bätz. (1709-1770), leerling van Chr. Müller gebouwd. In 1771 werd dit orgel door zijn twee zonen Gideon Thomas (1751-1820) en Christoffel (1755-1800) afgemaakt en opgeleverd. Het oorspronkelijke orgel had 1 klavier, 10 stemmen en aangehangen pedaal. In het jaar 1807 werd het orgel uitgebreid door J.C.F. Friedrichs uit Gouda. Hij vergrootte het orgel met een tweede klavier van 10 stemmen en het eerste zwelwerk in ons land. Bovendien voegde hij aan het eerste manuaal van Bätz een Bourdon 16 toe. Daartoe moest de orgelkas worden uitgebreid. In 1826 werden de frontpijpen vernieuwd door In der Mauer en Gabry en in 1832 werd de Open Fluit van Friedrichs vervangen door een Viola da Gamba van Gabry.
In 1883 werd dat orgel overgebracht naar de Janskerk in Haarlem. Uiteindelijk werden na sluiting van de Janskerk in 1931 delen van dat orgel verwerkt in het orgel van de Bakenesserkerk in Haarlem. Vandaar is dat orgel naar de Hervomde kerk in Oostvoorne verhuisd.

Het Flaes-orgel en het Ahrend-orgel

Bouwtekening Flaesorgel en huidig Ahrend Orgel

Het Flaes-orgel dat op deze bouwtekening uit 1910 zo´n prominente plaats inneemt, werd gebouwd in 1883, in 1896 door orgelbouwer Adema verbeterd en eind 1968 vervangen door een orgel van de Duitse orgelmakers Ahrend en Brunzema, dat verder wordt beschreven in de muziekpagina. Zie ook bovenstaand plaatje.

terug naar archiefpagina

Opmerkingen over deze pagina: webmaster Versie 18 maart 2006